Go Search

Web Part Page Title Bar image
realisatiekader

 Een haalbaar realisatiekader gedragen door een breed partnerschap


Energyville is een doorgedreven samenwerking tussen de Vlaamse kennisinstellingen gebaseerd op een nieuw organisatiemodel gecentraliseerd op een nieuwe locatie en gedragen door de diverse Vlaamse overheidsniveaus. Alhoewel de stichtende kern bestaat uit VITO en KULeuven is het centrum open voor alle andere onderzoekers die een bijdrage wensen te leveren in het onderzoek naar en de ontwikkeling van geavanceerde, milieuvriendelijke en duurzame energietechnieken.

Energyville zal zijn werking financieren door het inbrengen van de werkings- en de projectmiddelen waarover de instellingen nu reeds beschikken en door in te schrijven op nieuwe call’s van Europa, inclusief de middelen uit het Economic Recovery Plan en op de Vlaamse middelen die beschikbaar zijn via Vlaamse innovatieinstrumenten zoals IWT en initiatieven van de Vlaamse regering, zoals de steun voor elektrische en hybride voertuigontwikkelingen. Hierbij wordt een sterke samenwerking met de industrie beoogd.

“Energyville wordt gehuisvest op het wetenschapspark in Waterschei. Hiervoor wordt een gebouwencomplex gerealiseerd van circa 11 500 m2. Dit complex omvat kantoorruimtes, specifieke labo’s en werkplaatsen voor de ondersteunende diensten, een flexibel Smart-grid en andere energieverdeelsystemen, vergaderruimtes en seminarielokalen, een auditorium, opslagruimtes, …”, aldus Wim Dries. De kostprijs van het gebouw wordt geraamd op circa 20 mio euro en zal gerealiseerd worden door een vennootschap waarin KULeuven, VITO en mogelijk LRM, Imec, Nuhma en LSM kapitaal zullen inbrengen en dit aangevuld met extern aan te trekken kapitaal. Het stadsbestuur van Genk is eveneens bereid de modaliteiten tot participatie via het inbrengen van grondaandelen, te onderzoeken.

Er wordt van uit gegaan dat het gebouw klaar is in de zomer van 2012 waarna de 200 onderzoekers van de diverse kennisinstellingen hun intrek zullen nemen in het gebouw. De bestaande wetenschappelijke laboratoriuminfrastructuur van Mol en Leuven wordt samengebracht, zodat het centrum onmiddellijk ook experimenteel operationeel is.